Wat we doen

Alles voor het beste kantorenlabel

Energielabels

Benodigd bij verkoop, verhuur en financiering. Energielabels zijn 10 jaar geldig.

Quickscan

Efficiente gebouwopname en heldere rapportage van de situatie.

Advies

Gericht op uw kantoor met passende en werkbare oplossingen.

Tarieven

Tarieven zijn afhankelijk van de grootte en complexiteit van het kantoorgebouw

Energielabel Voor verkoop, verhuur of financiering
afhankelijk van m², vanaf:
€ 475
  • Complete gebouwopname
  • Installaties en verlichting
  • BRL9500 / NTA-8800
  • 10 jaar geldig
Aanvragen
Adviezen Het best haalbare
per sessie, vanaf
€ 200
  • Alleen na gebouwopname
  • Uitgebreide berekeningen
  • Zo veel en vaak als u wilt
  • Gediplomeerde adviseurs
Aanvragen

Alle antwoorden

Domme vragen bestaan niet...

Veel gegeven antwoorden:
Wat houdt de energielabel-C verplichting in?

Een kantoorgebouw waarbij de gebruiksoppervlakte aan kantoorfuncties 50% of meer beslaat van de totale oppervlakte én de oppervlakte aan kantoorfuncties (en nevenfuncties) groter is dan 100m2 moet in 2023 minimaal energielabel C hebben. Dit betekent een primair fossiel energieverbruik van 225 kWh per m2 per jaar of minder. De verplichting gaat in op 1 januari 2023. Dit betekent dat uiterlijk op die datum alle maatregelen die tot minimaal energielabel C leiden, getroffen moeten zijn en dat op basis daarvan een energielabel is geregistreerd. De verplichting is opgenomen in het Bouwbesluit (artikel 5.11).

Er zijn uitzonderingen. Zie hiervoor de vraag: 'Welke gebouwen zijn uitgezonderd van de verplichting?'

Wat geldt als een kantoorgebouw?

Een kantoorgebouw is een gebouw, of een deel van een gebouw, met uitsluitend een of meer kantoorfuncties en nevenfuncties daarvan. De kantoorfunctie is de hoofdfunctie en geen nevenfunctie. Het kantoorgebouw kan een afzonderlijk gebouw zijn, maar ook een onderdeel van een groter (combinatie)gebouw.

Uitgangspunten

Een gebouw is gedefinieerd als: een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijke met wanden omsloten ruimte vormt. De uitleg van 'gebouw' moet breed worden uitgelegd en een gebouw mag niet 'opgeknipt' worden om onder de labelplicht uit te komen. Bij de beoordeling geldt een aantal uitgangspunten. Ook wordt rekening gehouden met rechterlijke uitspraken (jurisprudentie).

  • Uitgangspunten kunnen bijvoorbeeld zijn: de bouwkundige en functionele verbondenheid als ook de toegankelijkheid. Als bouwwerken bouwkundig (in hoofdzaak) zelfstandig zijn en ook zelfstandig (kunnen) functioneren, kan beargumenteerd worden dat het 2 gebouwen zijn.
Er zijn ook specifieke gebouwen uitgezonderd van de energielabel-C-verplichting. Zie hiervoor de vraag: 'Welke gebouwen zijn uitgezonderd van de verplichting?'
Is het aantal vierkante meters van het kantoor van belang?

Nee, van een kantoorgebouw is sprake als een gebouw of een gedeelte daarvan een kantoorfunctie heeft. Wanneer er naast de kantoorfunctie een andere (hoofd)functie is binnen het gebouw, wordt het gedeelte met kantoorfunctie aangemerkt als kantoorgebouw. Hoe groot dit gebouwgedeelte of het totale gebouw is, is voor het zijn van kantoorgebouw niet van belang. Er zijn 'normale' uitzonderingen op de energielabel-C-plicht. De verplichting is niet van toepassing op een kantoorgebouw als:

  1. de gebruiksoppervlakte van de kantoorfunctie (inclusief nevenfuncties) minder is dan 100 m2 en;
  2. als de gebruiksoppervlakte aan kantoorfunctie(s) minder dan 50% is van het totale gebruiksoppervlakte van alle functies van het gebouw bij elkaar.

Bekijk hiervoor de veelgestelde vraag: Welke gebouwen zijn uitgezonderd van de verplichting?

Wat geldt als kantoorfunctie?

De kantoorfunctie is gedefinieerd in het Bouwbesluit 2012 als 'gebruiksfunctie voor administratie'.

Een gebruiksfunctie bestaat uit de gedeelten van een of meer bouwwerken die eenzelfde gebruiksbestemming hebben en die samen een gebruikseenheid vormen. In een gebruiksfunctie vinden de voor die gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten plaats. Elk bouwwerk heeft ten minste één gebruiksfunctie. Er zijn 12 (hoofd)gebruiksfuncties (artikel 1.1 lid 2 Bouwbesluit 2012).

In een bouwwerk kunnen zich verschillende gebruiksfuncties bevinden. Een kantoorfunctie is bijvoorbeeld een gebouw of een deel daarvan waar een adviesbureau, een administratie- of advocatenkantoor of een verzekeringsmaatschappij is gevestigd.

Wat geldt als nevenfunctie?

Een nevenfunctie is een gebruiksfunctie ten gunste van een andere gebruiksfunctie. Bijvoorbeeld een fietsenstalling bij een kantoor, een bedrijfsrestaurant of vergaderzalen.

Een kantoorfunctie kan zelf ook een nevenfunctie zijn van een andere gebruiksfunctie, bijvoorbeeld kantoren in scholen, in ziekenhuizen, in winkels, in buurthuizen of in industriehallen. In die gevallen is wel sprake van een 'kantoorfunctie', maar niet van een 'kantoorgebouw' zoals bedoeld in de definitie van kantoorgebouw waarvoor de energielabel C- verplichting voor geldt. De kantoorfunctie moet namelijk de hoofdfunctie zijn (met eventueel andere functies als nevenfunctie). Wanneer sprake is van een nevenfunctie bij een kantoor (zoals een bedrijfsrestaurant), dan wordt de nevenfunctie ook aangemerkt als onderdeel van het kantoorgebouw.

Welke gebouwen zijn uitgezonderd van de verplichting?

Voor onderstaande gebouwen geldt een uitzondering.

  • kantoorgebouwen als onderdeel van een gebouw, waarbij de gebruiksoppervlakte aan kantoorfuncties van het kantoorgebouw minder dan 50% is dan die van het gebouw waarvan het kantoorgebouw een onderdeel is. Dit zijn de zogenaamde multifuntionele gebouwen. Bekijk voor voorbeelden de infographic Praktijksituaties Energielabel C kantoren.
  • kleine kantoorgebouwen, waarbij de totale gebruiksoppervlakte aan kantoor- én nevenfuncties in het kantoorgebouw, of in het gebouw waarvan de kantoorgebouw deel uitmaakt, minder is dan 100 m2. Is het kantoorgebouw onderdeel van een (groter) gebouw dan geldt deze grens van 100 m2 voor het gehele gebouw. Als er dus meerdere kantoorgebouwen in een (groter) gebouw zitten, moeten de gebruiksoppervlaktes hiervan (inclusief nevenfuncties) bij elkaar worden opgeteld. Bekijk voor voorbeelden de infographic Praktijkstuaties Energielabel C kantoren.
  • kantoorgebouwen waarvoor geen energie wordt gebruikt om het binnenklimaat te regelen
  • monumenten zoals bedoeld in de Erfgoedwet of de aangewezen monumenten volgens een provinciale of gemeentelijke verordening
  • kantoorgebouwen die niet langer dan 2 jaar worden gebruikt. Er moet worden aangetoond dat het gebruik slechts tijdelijk is. De duur wordt gerekend vanaf het moment van ingebruikname. Dit is bijvoorbeeld het geval bij sloop en/of transformatie.
  • kantoorgebouwen die op grond van een overeenkomst zijn of worden onteigend of worden aangekocht in het kader van de Onteigeningswet
  • kantoorgebouwen waarop de hardheidsclausule van artikel 5.11 lid 5 Bouwbesluit 2012 van toepassing is. Deze hardheidsclausule houdt in dat er een uitzondering geldt op de energielabel C-verplichting wanneer:
    • er maatregelen moeten worden getroffen om energielabel C te halen en dat
    • deze maatregelen een terugverdientijd hebben van meer dan 10 jaar. Er mag dan worden volstaan met maatregelen met een terugverdientijd korter dan 10 jaar en met een label met een hoger primair fossiel energieverbruik (energielabel D-G).
Wat als mijn kantoor niet wordt gebruikt?

Artikel 5.11 Bouwbesluit 2012 verbiedt per 1 januari 2023 de in gebruikname of het gebruik van een kantoorgebouw als er geen energielabel C of beter is. Als een kantoorgebouw leeg staat en/of niet wordt gebruikt (eventueel nog gemeubileerd), dan geldt het gebruiksverbod van artikel 5.11 Bouwbesluit zolang er geen toereikend energielabel is. Het gebouw kan pas weer als kantoorgebouw worden gebruikt, als er alsnog een energielabel C of beter wordt afgegeven en geregistreerd. Maar ook wanneer er één van de uitzonderingsgronden zich voordoet.

Zie hiervoor de vraag: 'Welke gebouwen zijn uitgezonderd van de verplichting?'

Hoe verhoudt de energielabelverplichting zich tot de Erkende Maatregelen (Activiteitenbesluit)?

De label C-verplichting voor kantoren en de Erkende Maatregelen kunnen beide van toepassing zijn en door verschillende instanties worden gehandhaafd. Het is dus mogelijk dat als een gebouweigenaar voldoet aan de ene wet er via de andere wet aanvullende maatregelen nodig zijn. Mogelijk worden op termijn beide wetten geharmoniseerd